1. Aanpassing van de keten van overleving
De keten van overleving beschrijft de stappen die nodig zijn om de overlevingskans bij een circulatiestilstand te vergroten. In de nieuwe richtlijnen is extra aandacht voor:
- Voorkomen van circulatiestilstand
- Vroege herkenning en alarmering
- Snelle start van basale reanimatie
- Snelle inzet van een AED
- Nazorg en begeleiding na reanimatie
De grootste winst voor overleving ligt in de eerste minuten, waarin snelle herkenning, alarmeren en het starten van reanimatie essentieel zijn.
2. Belangrijkste veranderingen bij basale reanimatie van volwassenen
Vroegtijdige herkenning
Er is extra nadruk op het snel herkennen van een circulatiestilstand en direct alarmeren via 112. Een circulatiestilstand wordt vastgesteld wanneer:
- het slachtoffer niet reageert, en
- niet normaal ademt.
Een zogenaamde agonale ademhaling (onregelmatige, happende ademhaling) komt vaak voor en moet worden gezien als een teken van circulatiestilstand.
Onderbrekingen van borstcompressies
Onderbrekingen moeten maximaal vijf seconden duren. Dit kan worden bereikt door:
- snelle beademingen te geven
- compressies door te laten gaan tijdens het aansluiten van de AED
- direct na een schok weer te starten met compressies.
AED sneller beschikbaar
De richtlijn is aangepast van “direct beschikbaar” naar:
- AED binnen één minuut beschikbaar.
Ligging van een bewusteloos slachtoffer
Bij bewusteloosheid met normale ademhaling wordt niet langer standaard de zijligging gebruikt. Nieuwe richtlijn:
- slachtoffer in rugligging met hoofdkantel-kinlift
- alleen bij braakneiging het slachtoffer snel op de zij draaien.
Ondergrond
Een harde ondergrond blijft wenselijk, maar:
- het verplaatsen van een slachtoffer naar een harde ondergrond heeft geen prioriteit.
3. Gebruik van de AED
- Bij aankomst van een AED:
- Zet de AED direct aan.
- Volg de gesproken of visuele instructies.
- Ontbloot de borstkas.
- Plaats de elektroden:
- één onder het rechter sleutelbeen
- één onder de linker oksel.
Andere belangrijke punten:
Borstcompressies worden alleen onderbroken als dat strikt noodzakelijk is voor het aansluiten van de AED.
Een AED kan veilig gebruikt worden bij pacemakers of ICD’s (elektrode naast het apparaat plaatsen).
In een natte omgeving kan de AED gebruikt worden; bij een nat slachtoffer moet de borst eerst worden afgedroogd.
4. Beademing blijft belangrijk
Beademing blijft een essentieel onderdeel van basale reanimatie. Voor getrainde hulpverleners geldt:
- 30 borstcompressies en 2 beademingen.
Alleen borstcompressies zijn toegestaan als beademing niet mogelijk is. Dit is nog steeds beter dan niets doen. Het risico op besmetting bij mond-op-mondbeademing is zeer klein, waardoor starten zonder hulpmiddelen verantwoord is.
5. Verstikking of verslikking
Bij een slachtoffer dat niet effectief kan hoesten maar wel bij bewustzijn is:
- Roep direct hulp en laat 112 bellen.
- Controleer kort of een zichtbaar voorwerp in de mond zit.
- Alleen verwijderen als het goed zichtbaar en bereikbaar is.
Daarna:
- 5 rugslagen tussen de schouderbladen
- gevolgd door 5 buikstoten
Dit wordt herhaald totdat de luchtweg vrij is. Als het slachtoffer bewusteloos raakt:
- controleer of 112 gebeld is
- leg het slachtoffer op de rug
- start reanimatie met 30 borstcompressies.
6. Reanimatie bij kinderen
Wanneer iemand niet speciaal is getraind in kinderreanimatie, wordt geadviseerd om de richtlijn voor volwassenen toe te passen. Dit is beter dan niets doen.
Belangrijke punten:
- bij circulatiestilstand eerst 5 beademingen
- daarna 15 borstcompressies en 2 beademingen
- compressiediepte: minstens een derde van de borstkasdiepte
Nieuwe aandachtspunten:
- nog meer nadruk op vroegtijdige herkenning en alarmering
- maximaal vijf seconden onderbreking van borstcompressies
- gebruik van universele AED-elektroden
- bij kleinere kinderen vaak voor-achter plaatsing van elektroden
7. Verslikking bij kinderen jonger dan één jaar
Bij een baby worden borststoten toegepast:
- kind op de rug met hoofd naar beneden
- duimen op het midden van de borstkas
- 5 borststoten met ongeveer één stoot per seconde
- controle na elke stoot of het kind weer ademt of huilt.
8. Belang van de meldkamercentralist
De meldkamercentralist speelt een cruciale rol in het redden van levens. Taken:
- herkennen van een circulatiestilstand volgens het principe NO-NO-GO:
- geen bewustzijn
- geen normale ademhaling
- start reanimatie
- geven van telefonische reanimatie-instructies
- alarmeren van first responders
- zorgen dat zo snel mogelijk een AED wordt ingezet.
9. Nazorg en samenwerking
De richtlijnen besteden meer aandacht aan de menselijke kant van reanimatie: duidelijke communicatie en leiderschap, goede samenwerking tussen hulpverleners en aandacht voor stress en welzijn tijdens de inzet.
Daarnaast is psychologische nazorg belangrijk voor slachtoffers, familie, omstanders en hulpverleners. Nazorg kan plaatsvinden via onder andere huisartsen, hulpverleningssystemen of lotgenotengroepen.
Deze zomer worden al onze EHBO cursussen aangepast aan de nieuwe Nederlandse richtlijnen Eerste Hulp. Het aanleggen van een tourniquet wordt hier ook in opgenomen.